Citaat | Hoge Raad 31 maart 2006

Alinea 32 Hoge Raad 31 maart 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1684.

3.4 Dienaangaande geldt het volgende. Bij de waardebepaling van het onteigende mag ingevolge art. 40c Ow. geen rekening worden gehouden met de waardevermeerdering of -vermindering die door niets anders is teweeggebracht dan door hetgeen de onteigenaar zelf aanlegt en de plannen daarvoor. Bij die waardebepaling behoort in het algemeen wel in aanmerking te worden genomen de bestemming die ingevolge het geldende bestemmingsplan op het onteigende rust, ook al wordt die bestemming juist verwezenlijkt door het werk waarvoor onteigend wordt. Dat is evenwel, naar de Hoge Raad in zijn hiervoor bedoelde arresten in de zaken Staat/Matser en Staat/Markus heeft beslist, anders wanneer het vaststellen van de bestemming niet meer als een eigen en zelfstandige werkzaamheid van de gemeente kon worden beschouwd omdat de gemeente daarbij in feite geen andere keuze had dan zich aan te sluiten bij een reeds door het daartoe bevoegde orgaan van Rijk of provincie ontwikkeld plan waarbij aan het onteigende met het oog op het werk waarvoor onteigend wordt reeds een bepaalde bestemming is toegedacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f7ea00479cac46658f6a71f96b45fa596812969f3be548135dc1356fea84d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f7ea00479cac46658f6a71f96b45fa596812969f3be548135dc1356fea84d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 10206 tot 11310.