Citaat | Hoge Raad 31 maart 2006

Alinea 33 Hoge Raad 31 maart 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1684.

3.5 De Staat heeft de waardering van de deskundigen bestreden met een, gedocumenteerd, betoog dat inhoudt dat een dergelijke uitzonderingssituatie zich in het onderhavige geval niet voordoet omdat het bestemmingsplan "Noord Kethel Polder", ook al strookt dat met het door Provinciale Staten van Zuid-Holland op 27 november 1964 vastgestelde streekplan "Rechter-Maasoever", geheel aansluit bij de reeds geruime tijd voordien door de gemeente Rotterdam zelf gehuldigde visie dat tussen de stedelijke centra, en ook tussen Rotterdam en Delft, een groene bufferzone zou moeten worden ontwikkeld. De rechtbank heeft dit betoog verworpen op de grond dat op het moment dat planologische ontwikkelingen door de hogere overheden worden overgenomen, er voor de lagere overheden geen mogelijkheden meer zijn om daarvan af te wijken, dat er dan een dwangsituatie ontstaat als bedoeld in de Matser/Markus-jurisprudentie nu de lagere overheid in zo'n geval feitelijk ook geen andere keuze heeft dan zich aan te sluiten bij de door de hogere overheid voorgestane planologie en dat daaraan niet afdoet dat de planologische ontwikkelingen mede geëntameerd zijn door de lagere overheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f7ea00479cac46658f6a71f96b45fa596812969f3be548135dc1356fea84d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f7ea00479cac46658f6a71f96b45fa596812969f3be548135dc1356fea84d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 11330 tot 12512.