Citaat | Hoge Raad 31 maart 2006

Alinea 36 Hoge Raad 31 maart 2006

Een alinea uit Hoge Raad 31 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1684.

3.8 Onderdeel 4 is voorgesteld voor het geval dat, zoals de rechtbank oordeelde, de in het geldende bestemmingsplan aan het onteigende gegeven recreatieve bestemming buiten beschouwing moet blijven. Het berust op het, juiste, uitgangspunt dat alsdan onderzocht moet worden welke bestemming de Gemeente zelf, zonder druk van bovenaf, aan het gebied waarin het onteigende ligt zou hebben gegeven. De Staat heeft betoogd dat de Gemeente in dat geval evengoed een recreatieve bestemming voor het onteigende en de omringende grond zou hebben vastgesteld en gehandhaafd, en de situatie van de twee relevante, in 1964-1965 verleende, bouwvergunningen planologisch niet zou hebben ingepast. De rechtbank heeft de juistheid van dat betoog in het midden gelaten, zodat daarvan in cassatie veronderstellenderwijze moet worden uitgegaan. Bij dat uitgangspunt valt zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet in te zien waarom niettemin aan het bestaan van die vergunningen, zoals de rechtbank oordeelde, een verwachtingswaarde kan worden toegekend met betrekking tot eventuele toekomstige planologische inpassing van de bouwvergunningen, en te minder waarom een redelijk handelend koper voor een deel van het perceel een prijs zou willen betalen als ware dat reeds nu grond met glastuinbouwmogelijkheden. Het onderdeel slaagt in zoverre en behoeft voor het overige geen behandeling meer. Ook onderdeel 5 behoeft geen behandeling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f7ea00479cac46658f6a71f96b45fa596812969f3be548135dc1356fea84d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f7ea00479cac46658f6a71f96b45fa596812969f3be548135dc1356fea84d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 14323 tot 15755.