Citaat | Hoge Raad 17 februari 2006

Alinea 21 Hoge Raad 17 februari 2006

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1713.

Deze klacht faalt. Het Hof heeft (in onderdeel 6.6) zelfstandig het tijdvakpercentage berekend op de wijze als bepaald in artikel 220f, lid 3, letter g, van de Wet en vervolgens (in onderdeel 6.7) op grond daarvan de bovengrens van de marge als bedoeld in artikel 220f, lid 4, van de Wet berekend op ruim 183 percent, waarna het Hof heeft geconcludeerd dat de door de gemeente toegepaste tariefdifferentiatie binnen die marge blijft. De juistheid van dit een en ander is noch in het cassatieberoepschrift noch in het geschrift waarin het cassatieberoep is gemotiveerd aangevochten, zodat in cassatie van de juistheid daarvan kan worden uitgegaan. Gelet daarop kan de omstandigheid dat de gemeente ter berekening van de toegestane marge een onjuiste berekeningswijze voor het tijdvakpercentage heeft gehanteerd, niet meebrengen dat de Verordening onverbindend is, aangezien de door de gemeente toegepaste tariefdifferentiatie binnen de door de Wet toegestane marge blijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ae25d9bd4d5339447b96d5a1f6d3ec1f630413b8f99a1ee370b5289d074bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc4ae25d9bd4d5339447b96d5a1f6d3ec1f630413b8f99a1ee370b5289d074bd, en de alinea staat in dat document op bytes 8839 tot 9823.