Citaat | Hoge Raad 17 februari 2006

Alinea 25 Hoge Raad 17 februari 2006

Een alinea uit Hoge Raad 17 februari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1713.

3.2.3. De wetgever heeft uitdrukkelijk afgezien van limitering van de onroerendezaakbelasting voor eigenaren aan de hand van een maximale opbrengstverhouding tussen de belasting voor eigenaren en die voor gebruikers, en heeft in plaats daarvan gekozen voor een maximale tariefsverhouding zoals vastgelegd in artikel 220g van de Wet (vgl. Kamerstukken II 1987/88, 20 565, nr. 3, blz. 9 en 10). Mede in het licht daarvan is de omstandigheid dat de belastingopbrengsten van de onroerendezaakbelasting voor eigenaren hoger zouden zijn dan die voor gebruikers (hetgeen door meerdere factoren kan worden veroorzaakt, zoals door leegstand of doordat niet van alle onroerende zaken de gebruiker bekend is), onvoldoende voor het oordeel dat sprake is van een belastingheffing naar draagkracht of vermogen die in strijd is met doel en strekking van artikel 219, lid 2, en 220g van de Wet, dan wel van een heffing die in strijd is met enig algemeen rechtsbeginsel. Middel II faalt derhalve eveneens.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc4ae25d9bd4d5339447b96d5a1f6d3ec1f630413b8f99a1ee370b5289d074bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc4ae25d9bd4d5339447b96d5a1f6d3ec1f630413b8f99a1ee370b5289d074bd, en de alinea staat in dat document op bytes 11595 tot 12596.