Citaat | Hoge Raad 2 juni 2006

Alinea 39 Hoge Raad 2 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV2661.

"Het appelschrift bevat niet de gronden waarop het beroep berust. In zoverre voldoet het niet aan het voorschrift van artikel 359 jo. 278 lid 1 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. In gevallen als het onderhavige, waar sprake is van een bijzonder korte beroepstermijn kan, naar vaste jurisprudentie (zie HR 8 februari 1991, NJ 1992, 406) worden volstaan met een beroepschrift op nader aan te voeren gronden, mits de gronden in een aanvullend beroepschrift met bekwame spoed naar voren worden gebracht. Appellanten hebben in het beroepschrift gesteld dat zij aannemen dat zij tot 6 september 2005 in de gelegenheid zullen zijn het beroepschrift aan te vullen. De rechtbank heeft naar aanleiding daarvan geen termijn voor het aanvullen van het beroepschrift gesteld, zodat appellanten er op mochten vertrouwen tot die datum de gelegenheid te hebben het beroepschrift aan te vullen. Zij hebben dat nagelaten, en zijn reeds om die reden niet ontvankelijk in hun beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/571c7b60f96deecd3d6d04b031ff01a17d186f80073cbfeacc24ca6c72a3f7c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 571c7b60f96deecd3d6d04b031ff01a17d186f80073cbfeacc24ca6c72a3f7c0, en de alinea staat in dat document op bytes 8926 tot 9908.