Citaat | Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 87 Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV3373.

3.2 De man betoogt, onder verwijzing naar art. 400 Rv., dat de vrouw niet-ontvankelijk is in haar beroep omdat zij heeft berust in het bestreden arrest. Daartoe betoogt hij samengevat het volgende.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1, en de alinea staat in dat document op bytes 20357 tot 20568.