Citaat | Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 91 Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV3373.

3.4 De door de advocaat van de man bij zijn schriftelijke toelichting overgelegde stukken ter adstructie van zijn beroep op berusting door de vrouw zijn op voorhand, zij het in een laat stadium, aan de advocaat van de vrouw toegezonden. De vrouw heeft voldoende gelegenheid gehad om zich over deze stukken uit te laten, nu haar advocaat desverlangd bij repliek had kunnen reageren op de schriftelijke toelichting van de advocaat van de man en de daarbij overgelegde stukken. De Hoge Raad zal daarom geen gevolg geven aan het verzoek van de vrouw de verklaring van de man en die van zijn nieuwe partner, de huurovereenkomst en de eerste twee bladzijden van de notariële (eigendoms)akte terzijde te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1, en de alinea staat in dat document op bytes 22891 tot 23609.