Citaat | Hoge Raad 30 juni 2006
Alinea 93 Hoge Raad 30 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV3373.
3.6 Uit de door de man overgelegde verklaringen blijkt niet dat de vrouw na 's hofs arrest van 22 september 2004 aan de man heeft verklaard dat zij zich bij deze uitspraak neerlegt. Zij heeft gemotiveerd betwist dat haar zoon op 29 september 2004 in zijn telefoongesprek met de man namens haar heeft verklaard dat zij afstand deed van de mogelijkheid cassatieberoep tegen dat arrest in te stellen. De stelling dat een dergelijke verklaring van de vrouw mede ten grondslag lag aan zijn voorstel van 11 oktober 2004 en daarom onderdeel uitmaakt van de tussen partijen op basis van dat voorstel totstandgekomen regeling, heeft de man onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1, en de alinea staat in dat document op bytes 24282 tot 24959.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffae6000a1e4476ef51515ea51bb2fafb6cca2c86f921c80b908e2378e3c32a1 | shasum -a 256