Citaat | Hoge Raad 8 september 2006
Alinea 116 Hoge Raad 8 september 2006
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV3384.
3.10 Middel VIII klaagt over de beslissingen van het hof dat het kniestukmerk een niet te onderschatten onderscheidingskracht bezit en dat zowel ten aanzien van het eerste als het tweede vormmerk verwarringsgevaar bestaat. Kennelijk richt het middel zich tegen rov. 4.31 en 4.32. Voor onderdeel (i) verwijst het middel naar 'hetgeen hiervoor is opgemerkt'. In zoverre voldoet het middel niet aan de eisen die ingevolge art. 407 lid 2 Rv. aan een cassatiemiddel moeten worden gesteld. De eerste klacht van onderdeel (ii) houdt in dat het hof ten onrechte betekenis heeft toegekend aan de mogelijkheid van zogeheten 'post sale confusion', dat wil zeggen de verwarring die kan ontstaan bij het publiek dat wordt geconfronteerd met het inbreukmakende teken nadat het daarmee gemerkte product is aangeschaft en buiten de omgeving waar het is aangekocht. Deze klacht faalt, aangezien de mogelijkheid van post sale confusion een rol kan spelen bij de beoordeling van het voor merkinbreuk van belang zijnde verwarringsgevaar, zoals is beslist in HvJEG 12 november 2002, nr. C-206/01, NJ 2003, 265 inz. Arsenal/Reed (zie rov. 56 en 57). De tweede klacht van het onderdeel, gericht tegen 's hofs oordeel omtrent de verkooppunten van de Benetton-broek behoeft geen behandeling, nu die zich richt tegen een ten overvloede gegeven overweging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6aa1b784b74e473b98561c26763865da4715db877826b208abd285d64a3836c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6aa1b784b74e473b98561c26763865da4715db877826b208abd285d64a3836c1, en de alinea staat in dat document op bytes 46399 tot 47741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6aa1b784b74e473b98561c26763865da4715db877826b208abd285d64a3836c1 | shasum -a 256