Citaat | Hoge Raad 10 maart 2006

Alinea 20 Hoge Raad 10 maart 2006

Een alinea uit Hoge Raad 10 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4036.

3.5. Het tegen dit oordeel gerichte middel V strekt ten betoge dat het gezamenlijke bedrag van de onderhavige aanslagen in geen verhouding staat tot het bedrag dat aan baatbelasting is verschuldigd ter zake van een dichter bij het Waagplein gelegen en meer gebate onroerende zaak die slechts in één van beide baatbelastingen wordt betrokken, zodat hier sprake is van een onredelijke en willekeurige belastingheffing. 's Hofs in voormeld oordeel besloten liggende oordeel dat geen sprake is van een onredelijke en willekeurige belastingheffing, geeft echter geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, mede in aanmerking genomen de in de desbetreffende belastingverordeningen opgenomen liggingsfactoren (fase 1B) respectievelijk de van de ligging afhankelijke tariefsverschillen (fase 2). Als verweven met waarderingen van feitelijke aard kan dit oordeel voor het overige in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Het behoeft ook geen nader motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a66e6d49d798ad69b8cdb7dc24722e6aee4382d8de1daadc964f4b7c5e9f0c48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a66e6d49d798ad69b8cdb7dc24722e6aee4382d8de1daadc964f4b7c5e9f0c48, en de alinea staat in dat document op bytes 9501 tot 10478.