Citaat | Hoge Raad 1 december 2006

Alinea 26 Hoge Raad 1 december 2006

Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV5017.

3.3.3. Onder de vigeur van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 diende voor de bepaling van het inkomen uit in Frankrijk gelegen onroerende zaken rekening te worden gehouden met de rente betaald op schulden aangegaan ter financiering van die onroerende zaken (vgl. onder meer HR 13 november 1991, nr. 27343, BNB 1992/45). In de parlementaire behandeling van de Wet zijn geen aanknopingspunten te vinden die steun bieden voor de veronderstelling dat de wetgever met de invoering van het op forfaitaire wijze te bepalen inkomen uit sparen en beleggen beoogd heeft dit systeem te verlaten. Een aanwijzing voor het tegendeel is dat in de omgekeerde situatie - te weten de niet in Nederland wonende belastingplichtige met in Nederland gelegen onroerende zaken - artikel 7.7, lid 2, van de Wet bepaalt dat de waarde van de bezittingen in Nederland verminderd wordt met de waarde van de schulden in verband met die bezittingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70ecda71356a48550987cc36f1f35c5033658a73b6e18ded9e84983d4b4a7d87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70ecda71356a48550987cc36f1f35c5033658a73b6e18ded9e84983d4b4a7d87, en de alinea staat in dat document op bytes 13515 tot 14449.