Citaat | Hoge Raad 1 december 2006
Alinea 27 Hoge Raad 1 december 2006
Een alinea uit Hoge Raad 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV5017.
3.3.4. Met de invoering van box 3 in de Wet is beoogd een inkomstenbelasting in te voeren waarbij de inkomsten uit sparen en beleggen op forfaitaire wijze worden bepaald en wel op 4 percent van het saldo van de waarden van de daarvoor in aanmerking komende bezittingen en schulden. Alhoewel in de Wet geen verband wordt gelegd tussen bepaalde bezittingen en bepaalde schulden, komt de wettelijke regeling er wel op neer dat bij de aankoop van een in het buitenland gelegen onroerende zaak gefinancierd met een schuld, in de grondslag voor box 3 slechts het saldo van de waarde van die onroerende zaak en de financieringsschuld is begrepen. Aan het vorenstaande doet niet af dat ook schulden die zijn aangegaan voor de verwerving van vrijgestelde vermogensbestanddelen voor aftrek in aanmerking komen, nu dit slechts zijn verklaring vindt in door de wetgever gewenste eenvoud, zoals blijkt uit het navolgende citaat uit de Nota naar aanleiding van het Verslag:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70ecda71356a48550987cc36f1f35c5033658a73b6e18ded9e84983d4b4a7d87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70ecda71356a48550987cc36f1f35c5033658a73b6e18ded9e84983d4b4a7d87, en de alinea staat in dat document op bytes 14469 tot 15442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/70ecda71356a48550987cc36f1f35c5033658a73b6e18ded9e84983d4b4a7d87 | shasum -a 256