Citaat | Hoge Raad 17 maart 2006

Alinea 17 Hoge Raad 17 maart 2006

Een alinea uit Hoge Raad 17 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV5028.

4.3. Met zijn oordeel dat geen sprake is van een situatie die op één lijn zou zijn te stellen met de uitzondering waarop de hiervoor onder 4.1.2 aangehaalde arresten het oog hebben, heeft het Hof kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat evenmin op andere wijze onmiskenbaar direct of indirect uit het aanslagbiljet is af te leiden wanneer en in welke vorm zich belastbare feiten hebben voorgedaan die tot het verschuldigd worden van de nageheven accijns hebben geleid. Dat oordeel kan, als van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, in cassatie niet met vrucht worden bestreden. Uitgaande van dat oordeel heeft het Hof met juistheid geoordeeld dat de naheffingsaanslag een essentieel element ontbeert en mitsdien niet in stand kon worden gelaten. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b283f0245f1d0ccd743b806ac5174de256a9dcdfc51ddf9189b5c978c3e57f75. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b283f0245f1d0ccd743b806ac5174de256a9dcdfc51ddf9189b5c978c3e57f75, en de alinea staat in dat document op bytes 7716 tot 8532.