Citaat | Hoge Raad 16 juni 2006

Alinea 31 Hoge Raad 16 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6032.

In dit geding vordert [verweerder] betaling van € 6.676,93 als resterend gedeelte van de hoofdsom, vermeerderd met de overeengekomen rente van 25%. [Eiser] heeft zich in eerste aanleg uitsluitend verweerd met een beroep op het ontbreken van een machtiging van de kantonrechter als bedoeld in art. 1:253k in verbinding met art. 1:349 BW. De rechtbank heeft [verweerder] op die grond niet-ontvankelijk verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841, en de alinea staat in dat document op bytes 8414 tot 8839.