Citaat | Hoge Raad 16 juni 2006
Alinea 32 Hoge Raad 16 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6032.
3.2 In hoger beroep heeft [verweerder] alsnog de vereiste machtiging overgelegd. [eiser] heeft in zijn memorie van antwoord volhard bij het niet-ontvankelijkheidsverweer en, subsidiair, aangevoerd dat de gevorderde rente niet toewijsbaar is, omdat het overeengekomen rentepercentage van meer dan 1,5% per maand, alsmede de boete bij niet-tijdige nakoming van 2% per maand in strijd zijn met de goede zeden. Het hof heeft het beroep op niet-ontvankelijkheid verworpen en daartoe overwogen dat een machtiging, ook als die dateert van na het instellen van de vordering, ook in hoger beroep voor het eerst in het geding kan worden gebracht en zich dan in haar werking ook uitstrekt tot de eerste aanleg, onverschillig of de rechter in eerste aanleg aan het ontbreken van die machtiging consequenties heeft verbonden of niet, zij het dat in dat geval de kosten van de eerste aanleg voor rekening van de nalatige ouder/voogd moeten worden gebracht (rov. 6).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841, en de alinea staat in dat document op bytes 8877 tot 9841.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841 | shasum -a 256