Citaat | Hoge Raad 16 juni 2006
Alinea 34 Hoge Raad 16 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 16 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6032.
3.3.2 De klacht faalt omdat het oordeel van het hof juist is. In de overweging van het hof dat [verweerder] intussen wel over de benodigde machtiging beschikte ligt besloten dat het hof de gedurende de procedure in hoger beroep gegeven machtiging aldus heeft opgevat dat [verweerder] alsnog was gemachtigd in de lopende procedure voor de minderjarige in rechte op te treden. Daaraan heeft het hof terecht de conclusie verbonden dat voor niet-ontvankelijkverklaring wegens het ontbreken van een machtiging geen plaats was, ook niet ter zake van de procedure in eerste aanleg (vgl. HR 20 november 1987, rek.nr. 7235, NJ 1988, 279). Er bestaat geen grond anders te oordelen in het geval in eerste aanleg wegens het ontbreken van een machtiging niet-ontvankelijkheid is uitgesproken, zoals hier het geval is, dan indien dat niet is geschied, zoals in het geval, berecht in het evengenoemde arrest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841, en de alinea staat in dat document op bytes 10829 tot 11735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee7d6ded0ed7c107deb6d5fd1e2d05cba5cecf2a1f6ad2b7c7f9b1dd2e72d841 | shasum -a 256