Citaat | Hoge Raad 30 mei 2006
Alinea 39 Hoge Raad 30 mei 2006
Een alinea uit Hoge Raad 30 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV6094.
4.2. Op grond van de onder 3.4 vermelde omstandigheden kan niet worden aangenomen dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht om bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn. Gelet op art. 6, eerste lid, EVRM dient de verdachte de mogelijkheid te hebben om zijn zaak alsnog in hoger beroep in zijn tegenwoordigheid te doen behandelen. Dat brengt mee dat het bestreden arrest moet worden vernietigd en dat de zaak moet worden teruggewezen naar het Hof opdat zij op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c3f0132017c3e6ec543150f4b24d6e928b3387957b9cb659088d56795ad05bf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c3f0132017c3e6ec543150f4b24d6e928b3387957b9cb659088d56795ad05bf9, en de alinea staat in dat document op bytes 13605 tot 14187.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c3f0132017c3e6ec543150f4b24d6e928b3387957b9cb659088d56795ad05bf9 | shasum -a 256