Citaat | Hoge Raad 16 mei 2006

Alinea 22 Hoge Raad 16 mei 2006

Een alinea uit Hoge Raad 16 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV7213.

"Op grond van de verklaring van de verdachte, dat hij de onderhavige partij XTC-pillen over had na zijn eerdere veroordeling (inzake overtreding van artikel 2 van de Opiumwet), dat hij deze pillen zelf had uitgeprobeerd en zichzelf als een ervaringsdeskundige ziet, dat de pillen op hem uitwerking hadden, dat hij de pillen in Engeland als "goede" pillen heeft verkocht en dat neppillen in het algemeen goedkoper zijn, alsmede op grond van de omstandigheid dat de medeverdachte [medeverdachte 1] door haar vriendin [betrokkene 1], die wist dat er XTC-pillen naar Engeland zouden worden vervoerd, is gewaarschuwd voor de reis naar Engeland - hetgeen in het geval van niet verboden middelen overbodig zou zijn -, acht het hof bewezen dat die pillen een hoeveelheid van een middel of middelen bevatten, vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf91d9a71249b1695dac7788cbfc698cee7c57df03504aeb24b1b5130541c78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf91d9a71249b1695dac7788cbfc698cee7c57df03504aeb24b1b5130541c78, en de alinea staat in dat document op bytes 7807 tot 8669.