Citaat | Hoge Raad 20 juni 2006
Alinea 39 Hoge Raad 20 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV7268.
"Nadat de vrouw het bonnetje had getoond, verontschuldigde ik mij. Ik bedankte haar voor de medewerking en toen ging ze weg. Ik zag dat ze boos was. Ik ben haar achterna gelopen om nogmaals mijn excuses aan te bieden. Ik hoorde dat ze begon te schelden. Ik zag dat er over mij heen een terrasstoel vloog in de richting van de vrouw. De stoel werd van achter mij gegooid. De stoel viel bij de vrouw neer. Ze pakte de stoel op en liep ermee in mijn richting. Omdat ik geen stoel tegen mij aan gegooid wilde hebben, liep ik naar achteren. Ik zag dat [medeverdachte 4] bij mij stond. [Medeverdachte 1] zat een stukje verder op een fiets. Vanaf het moment dat ik de vrouw aansprak zat [medeverdachte 1] daar al. Ik had zelf ook het idee dat ik het wel met de vrouw zou oplossen. Ik had het idee dat ik de vrouw bij wijze van spreken zo omver kon blazen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f500ff4b2e3c01a2088c40371b0ae8a70ab6cda86ecfee67e7c7c69e91874759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f500ff4b2e3c01a2088c40371b0ae8a70ab6cda86ecfee67e7c7c69e91874759, en de alinea staat in dat document op bytes 14529 tot 15391.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f500ff4b2e3c01a2088c40371b0ae8a70ab6cda86ecfee67e7c7c69e91874759 | shasum -a 256