Citaat | Hoge Raad 12 mei 2006
Alinea 71 Hoge Raad 12 mei 2006
Een alinea uit Hoge Raad 12 mei 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV9378.
De onderdelen falen. De genoemde verdragsbepalingen waarborgen niet een recht op behandeling van een zaak in tweede feitelijke instantie. De stelling van [eiseres 1 en eiser 2], dat voor hen uit de wettelijke regeling redelijkerwijs slechts kenbaar was dat hoger beroep openstond, berust op de, door hen ook in de procedure bij het hof verdedigde, opvatting die zij koesterden omtrent het rechtsmiddel dat hun op grond van de Deltawet grote rivieren in verbinding met art. 332 lid 1 Rv. zou (moeten) toekomen. Naar uit het hiervoor in 3.5.2 overwogene volgt, is die opvatting onjuist. Dat voor [eiseres 1 en eiser 2], anders dan zij meenden, tegen de vonnissen van de rechtbank geen hoger beroep, doch uitsluitend beroep in cassatie openstond, vormt geen omstandigheid waardoor inbreuk wordt gemaakt op hun recht op effectieve toegang tot de rechter als gewaarborgd door art. 6 lid 1 EVRM of op hun recht op een effectief rechtsmiddel in de zin van art. 13 EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ded0febf1e27122f4cb4c73b40e82e21bb76e496c453210dfd49ebeb118452f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ded0febf1e27122f4cb4c73b40e82e21bb76e496c453210dfd49ebeb118452f6, en de alinea staat in dat document op bytes 27716 tot 28691.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ded0febf1e27122f4cb4c73b40e82e21bb76e496c453210dfd49ebeb118452f6 | shasum -a 256