Citaat | Hoge Raad 8 december 2006
Alinea 32 Hoge Raad 8 december 2006
Een alinea uit Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2181.
In deze zaak is beroep in cassatie ingesteld op 4 augustus 2004. Op het moment dat de Hoge Raad in deze zaak arrest wijst, zijn mitsdien gerekend vanaf die dag meer dan twee jaren verstreken. Dit levert wat de cassatieprocedure betreft een overschrijding op van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Indien na verwijzing de aan belanghebbende opgelegde boete tot enig bedrag in stand blijft, is het aan het verwijzingshof om - met inachtneming van de totale duur van de berechting - te beoordelen of, en zo ja, in hoeverre aan vorenbedoelde overschrijding gevolg dient te worden verbonden voor de hoogte van de boete.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccd26aa2644bd8ee568769417a4f459cf422ae913b7af8f31801208106742530. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccd26aa2644bd8ee568769417a4f459cf422ae913b7af8f31801208106742530, en de alinea staat in dat document op bytes 14147 tot 14791.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccd26aa2644bd8ee568769417a4f459cf422ae913b7af8f31801208106742530 | shasum -a 256