Citaat | Hoge Raad 4 juli 2006
Alinea 32 Hoge Raad 4 juli 2006
Een alinea uit Hoge Raad 4 juli 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2476.
134. Verder is het uiteraard niet aan de politie om te stellen dat een bepaald sporenbeeld is veroorzaakt door een verdachte, zeker wanneer er zoveel haken en ogen aan die stelling kleven als in dit geval. Opvallend is ook dat de deskundige van het NFI gespecialiseerd in bloedspoorpatronen, een dergelijke sterke conclusie niet durft te trekken, en ook de schoendeskundige Koster zich veel voorzichtiger uitdrukt met betrekking tot de herkomst van de sporen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a0f31eff975ffb5bd44e5abe98b00d4fda729e364653ee7bbaf2abe6824401a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a0f31eff975ffb5bd44e5abe98b00d4fda729e364653ee7bbaf2abe6824401a, en de alinea staat in dat document op bytes 12503 tot 12977.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a0f31eff975ffb5bd44e5abe98b00d4fda729e364653ee7bbaf2abe6824401a | shasum -a 256