Citaat | Hoge Raad 21 april 2006

Alinea 51 Hoge Raad 21 april 2006

Een alinea uit Hoge Raad 21 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW2582.

4.2 Het middel richt zich tegen het slot van de, hiervoor in 3.3 weergegeven, overweging van het hof in rov. 14. Het behelst de klacht dat het hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door zijn, in die overweging besloten liggende, oordeel dat art. 7:23 lid 2 BW toepassing mist in het geval rechtens had moeten worden aangenomen dat de Gemeente tegenover Village Scaldia onrechtmatig heeft gehandeld door aan laatstgenoemde verontreinigde bouwgrond te verkopen en te leveren met een bouwplicht en onder de garantie dat de grond geschikt is voor (vakantie)woningbouw, terwijl de Gemeente niet van de verontreiniging op de hoogte was en ook niet behoefde te zijn. Daartoe wordt aangevoerd dat ook in het bedoelde geval de feitelijke grondslag van de schadevordering bestaat uit de levering door de Gemeente aan Village Scaldia van grond die niet beantwoordt aan de tussen partijen gesloten overeenkomst en dat in zo'n geval de verjaringstermijn van art. 7:23 lid 2 BW geldt en niet die van art. 3:310 BW, ook al zou die feitelijke grondslag mede als een onrechtmatige daad moeten worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a920817cd8afb3ba3d5c505577673960e5bd75da1010281285c96144542eb6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a920817cd8afb3ba3d5c505577673960e5bd75da1010281285c96144542eb6, en de alinea staat in dat document op bytes 14239 tot 15364.