Citaat | Hoge Raad 20 juni 2006
Alinea 20 Hoge Raad 20 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3584.
3.3. Het Hof heeft het in de tenlastelegging aan de verdachte gemaakte verwijt tegen de achtergrond van het dossier klaarblijkelijk als volgt uitgelegd. Uit de stukken van het geding, met name ook uit hetgeen is opgenomen in de gebezigde bewijsmiddelen 3 en 8, volgt dat de ABN AMRO bank "een stuk afkomstig van de provincie" wilde hebben, waarmee kennelijk is bedoeld een schriftelijk vastgelegde en deugdelijk namens de provincie ondertekende overeenkomst. Uit laatstgenoemd bewijsmiddel volgt immers dat de in de toelichting bedoelde brief van eerdere datum, ook wel aangeduid als de "aankondigingsbrief", die door een medeverdachte, [medeverdachte 1], was geschreven, voor de bank niet voldoende was. Gelet daarop heeft het Hof de tenlastelegging kennelijk aldus verstaan dat aan de verdachte is verweten dat hij samen met zijn mededader [betrokkene 2] valselijk een zodanige schriftelijke overeenkomst heeft opgesteld, waarbij dit stuk door zijn mededader is ondertekend met een handtekening die moest doorgaan voor die van de Commissaris van de Koningin, terwijl in werkelijkheid de desbetreffende partijen niet een dergelijke, schriftelijk door partijen vastgelegde, overeenkomst van de desbetreffende inhoud hadden gesloten en ondertekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d30e47ca5688968e8f1aa2b535bd663dec9986fb8eeb922f5d3d688d61290d87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d30e47ca5688968e8f1aa2b535bd663dec9986fb8eeb922f5d3d688d61290d87, en de alinea staat in dat document op bytes 10688 tot 11948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d30e47ca5688968e8f1aa2b535bd663dec9986fb8eeb922f5d3d688d61290d87 | shasum -a 256