Citaat | Hoge Raad 20 juni 2006

Alinea 34 Hoge Raad 20 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 20 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3584.

4.3. Voor wat betreft de hiervoor genoemde klachten dient het volgende te worden vooropgesteld. In een geval als het onderhavige ziet art. 177 Sr niet alleen op de situatie dat er een direct verband bestaat tussen de gift of belofte enerzijds en een concrete tegenprestatie anderzijds, doch ook op het doen van giften of beloften aan een ambtenaar teneinde aldus een relatie met die ambtenaar te doen ontstaan en/of te onderhouden met het doel een voorkeursbehandeling te krijgen (vgl. HR 27 september 2005, LJN AT8318). Het Hof heeft in een nadere bewijsoverweging overwogen hetgeen in de toelichting op het middel onder 7 is vermeld. Gelet op het voorgaande geeft 's Hofs oordeel niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting terwijl het evenmin onbegrijpelijk is. De derde klacht faalt dus.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d30e47ca5688968e8f1aa2b535bd663dec9986fb8eeb922f5d3d688d61290d87. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d30e47ca5688968e8f1aa2b535bd663dec9986fb8eeb922f5d3d688d61290d87, en de alinea staat in dat document op bytes 14386 tot 15190.