Citaat | Hoge Raad 22 september 2006

Alinea 49 Hoge Raad 22 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 22 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX1571.

3.2 De vrouw heeft aan haar hiervoor in 1 weergegeven vordering ten grondslag gelegd, samengevat weergegeven, dat het huis in overleg tussen partijen slechts formeel op naam van de man is gezet, en wel omdat de vrouw ten tijde van de verwerving daarvan nog was verwikkeld in de afwikkeling van een vorige relatie, waaraan financiële risico's waren verbonden. De samenlevingsovereenkomst strekte echter ertoe, mede blijkens de in de considerans (vierde gedachtestreepje) daarvan opgenomen passage "voormeld registergoed en het overig voorschreven gemeenschappelijk vermogen", dat het huis in verbintenisrechtelijke zin aan hen beiden voor gelijke delen toebehoorde. Daarom moet de opbrengst van het huis tussen hen gelijkelijk worden gedeeld ingevolge een in het kader van de samenlevingsovereenkomst al dan niet stilzwijgend gesloten verrekeningsovereenkomst. Subsidiair heeft de vrouw nog andere grondslagen voor haar vordering aangevoerd. Daarvan zijn in cassatie nog slechts van belang haar beroep op de maatstaven van redelijkheid en billijkheid, in het kader waarvan zij verwees naar het arrest van de Hoge Raad van 12 juni 1987, nr. 12939, NJ 1988, 150 (Kriek/Smit) en daarnaast naar een aantal specifieke omstandigheden van het gegeven geval, en onverschuldigde betaling. De vrouw stelde mede een uiterst subsidiaire vordering in, die in cassatie niet meer ter zake doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11006a39c372ff7e8003d9bfe4de9cd2535c8780cbad3af3cb72034d110c2047. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11006a39c372ff7e8003d9bfe4de9cd2535c8780cbad3af3cb72034d110c2047, en de alinea staat in dat document op bytes 13223 tot 14616.