Citaat | Hoge Raad 2 juni 2006
Alinea 21 Hoge Raad 2 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX2034.
3.3.2. Bij de behandeling van het tegen voormeld oordeel gericht middel moet het volgende worden vooropgesteld. De deelnemingsvrijstelling strekt ertoe te voorkomen dat in deelnemingsverhoudingen dezelfde winst tweemaal in een belasting naar de winst wordt betrokken. Dat is niet anders indien de deelneming een buitenlandse entiteit betreft. Indien het binnenlandse lichaam tot de buitenlandse entiteit niet staat in een verhouding van aandeelhouderschap c.q. lidmaatschap, is voor het bestaan van een deelnemingsverhouding bepalend of het lichaam met die buitenlandse entiteit een daarmee vergelijkbare band heeft. Van een dergelijke band is sprake als het lichaam (bij liquidatie) aanspraak kan maken op een gedeelte van het eigen vermogen van die entiteit waaronder de winst na belasting en het lichaam niet zelf voor die winst in de belastingheffing is betrokken. De verhouding tussen het lichaam en de buitenlandse entiteit is, indien op overeenkomstige wijze aan de in artikel 13, lid 2, van de Wet geformuleerde nadere voorwaarden wordt voldaan, alsdan een deelneming als bedoeld in die bepaling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5b0e03228a9b76baf5e859c9642626261f104a19911795af6b47d2d9bfa559e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5b0e03228a9b76baf5e859c9642626261f104a19911795af6b47d2d9bfa559e, en de alinea staat in dat document op bytes 8819 tot 9936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5b0e03228a9b76baf5e859c9642626261f104a19911795af6b47d2d9bfa559e | shasum -a 256