Citaat | Hoge Raad 2 juni 2006
Alinea 22 Hoge Raad 2 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 2 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX2034.
3.3.3. De stukken van het geding laten geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende met de LLC een band heeft die ingevolge het hiervóór in 3.3.2 overwogene als deelneming heeft te gelden. 's Hofs oordeel, waarin ligt besloten het oordeel dat belanghebbende in de LLC deelneemt als bedoeld in artikel 13, lid 2, van de Wet, is derhalve juist, wat er zij van de daarvoor gebezigde gronden. Voorzover de klachten zich tegen dit oordeel richten, falen zij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5b0e03228a9b76baf5e859c9642626261f104a19911795af6b47d2d9bfa559e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5b0e03228a9b76baf5e859c9642626261f104a19911795af6b47d2d9bfa559e, en de alinea staat in dat document op bytes 9956 tot 10433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5b0e03228a9b76baf5e859c9642626261f104a19911795af6b47d2d9bfa559e | shasum -a 256