Citaat | Hoge Raad 27 juni 2006
Alinea 33 Hoge Raad 27 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 27 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX2037.
Met betrekking tot het tijdsverloop gelegen tussen 30 juli 1997 (de dag van zijn aanhouding) en 6 juli 2000 (de datum van overdracht van de zaak aan Nederland), zijnde bijna drie jaar, is het hof van oordeel dat dit grotendeels te wijten is aan de verdachte vanwege zijn ontvluchting en het in Nederland verblijven onder een valse naam waardoor hij zich verborgen heeft gehouden voor de Justitie. Van de resterende tijd, gelegen tussen 6 juli 2000 en 13 oktober 2003, zijnde drie jaar en drie maanden, kan naar het oordeel van het hof niet gezegd worden dat hier sprake is van onredelijke vertraging, aangezien deze in belangrijke mate verband hield met het op verzoek van verdachte horen van getuigen, welke verhoren ten dele in het kader van een rechtshulpverzoek op Curaçao hebben plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2c753984cfa1c3c7eaeaa55692eb7c607c421bfe2319f94d3b9dad477a228e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2c753984cfa1c3c7eaeaa55692eb7c607c421bfe2319f94d3b9dad477a228e9, en de alinea staat in dat document op bytes 9941 tot 10754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2c753984cfa1c3c7eaeaa55692eb7c607c421bfe2319f94d3b9dad477a228e9 | shasum -a 256