Citaat | Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 64 Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3080.

3.3.2 Westereems heeft de vordering bestreden en daartoe onder meer het volgende aangevoerd. Het Zweedse fonds is niet in overeenstemming met art. 11 van het Verdrag gevormd, nu Westereems door het instellen van de procedure tegen B&N en Northsea voor de rechtbank Groningen een rechtsgeding als bedoeld in art. 11 aanhangig heeft gemaakt, ruim voorafgaand aan de vorming van het beperkingsfonds in Zweden, zodat de Zweedse arbitrageprocedure niet kan worden gezien als een rechtsgeding in de zin van art. 11 van het Verdrag en art. 13 toepassing mist. De EEX-Verordening is niet toepasselijk aangezien het Verdrag, dat in art. 11 een bijzondere jurisdictiebepaling bevat, derogeert aan de EEX-Verordening. Bovendien kan, ook indien toepasselijkheid van de EEX-Verordening zou moeten worden aangenomen, de Zweedse beperkingsbeslissing niet onder de Verordening worden erkend, omdat zij 'ex parte' is genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c, en de alinea staat in dat document op bytes 16387 tot 17312.