Citaat | Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 67 Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3080.

Daartoe heeft het hof, zakelijk samengevat, het volgende overwogen. De grieven I-III betreffen de vraag of de beslissing van de Zweedse fondsrechter hier te lande voor erkenning (en tenuitvoerlegging) in aanmerking komt (rov. 5). Northsea wenst erkenning van de Zweedse beslissing vanwege het volgens haar daaraan naar Zweeds recht en ook ingevolge art. 13 van het Verdrag verbonden rechtsgevolg dat de namens haar gestelde garanties dienen te worden geretourneerd (rov. 6 en 7). Uit de door partijen overgelegde legal opinions blijkt niet dat naar Zweeds recht dit rechtsgevolg aan de beslissing van de Zweedse rechter is verbonden (rov. 7.2 en 7.3). Het rechtsgevolg volgt evenmin dwingend uit art. 13 van het Verdrag, aangezien dit artikel als voorwaarde stelt dat het beperkingsfonds overeenkomstig art. 11 moet zijn gevormd, aan welke voorwaarde hier niet is voldaan nu Northsea reeds was gedagvaard voor de rechtbank Groningen toen zij zelf een arbitrageprocedure in Zweden begon en zij zich niet kan beroepen op een procedure waarin zij zelf eisende partij is (rov. 7.4 en 7.5). Mocht in weerwil van het voorgaande naar Zweeds recht aan de Zweedse beslissing wèl het door Northsea gestelde rechtsgevolg zijn verbonden, dan kan die beslissing ten aanzien van dat rechtsgevolg hier te lande niet worden erkend, omdat de beslissing ten aanzien van dat rechtsgevolg nog geen onderwerp is geweest of heeft kunnen zijn van een procedure op tegenspraak waarin Westereems de bevoegdheid van de Zweedse rechter, het recht van B&N op fondsvorming in Zweden en dat van Northsea om zich erop te beroepen, heeft kunnen betwisten. Uit de beslissing van het SVEA Gerechtshof te Stockholm volgt niet het tegendeel; die beslissing behelst geen inhoudelijke beoordeling van de tegenwerpingen en verwijst slechts naar de bodemprocedure (rov. 8). De vordering tot teruggave van de garanties is naar het oordeel van het hof, nu niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vorderingen waarvoor het beslag is gelegd en ter opheffing waarvan de garanties zijn verstrekt, derhalve terecht afgewezen (rov. 9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c, en de alinea staat in dat document op bytes 18050 tot 20174.