Citaat | Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 68 Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3080.

3.4.1 De onderdelen I.1, I.4, II en IV lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Zij strekken ten betoge dat in het oordeel van het hof wordt miskend dat de - hiervoor in 3.1 onder (v) vermelde - beslissing van de Zweedse fondsrechter hier te lande moet worden erkend en dat dit tot gevolg heeft dat de in art. 13 van het Verdrag bedoelde 'immuniteit' van de beslagen zich ook uitstrekt tot Nederland, zodat het beslag, dat, nadat het beperkingsfonds was gevormd, is gelegd door een persoon die een vordering tegen het fonds heeft ingediend, op grond van het eerste lid van art. 13 van het Verdrag rechtsgevolg mist. Het hof heeft derhalve, aldus de onderdelen, ten onrechte niet de in art. 13 van het Verdrag voor dit geval imperatief voorgeschreven vrijgave van de gestelde zekerheden bevolen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c, en de alinea staat in dat document op bytes 20212 tot 21020.