Citaat | Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 73 Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3080.

3.4.5 Art. 13 lid 1 van het Verdrag houdt in dat het een persoon die een vordering tegen het fonds heeft ingediend niet is toegestaan enig recht met betrekking tot een zodanige vordering uit te oefenen ten aanzien van enige andere activa van een persoon door of namens wie het fonds is gevormd. Dit betekent dat beslagen, voor of na de vorming van het beperkingsfonds, gelegd door een persoon die een vordering tegen het fonds heeft ingediend, rechtsgevolg missen. Daaruit volgt dat in zodanig geval de beslagen moeten worden opgeheven, zonder dat aan de aangezochte rechter dienaangaande enige beoordelingsvrijheid toekomt. De omstandigheid dat in dit geval het beslag rechtsgevolg ontbeert en zonder meer moet worden opgeheven, betekent ook dat het niet is toegestaan zekerheden te verlangen waartegen het beslag zal (kunnen) worden opgeheven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c, en de alinea staat in dat document op bytes 23866 tot 24724.