Citaat | Hoge Raad 29 september 2006

Alinea 76 Hoge Raad 29 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3080.

3.4.6 Het voorgaande brengt mee dat het oordeel van het hof berust op een onjuiste opvatting omtrent de erkenning hier te lande van de beslissing van de Zweedse fondsrechter en omtrent de rechtsgevolgen die aan art. 13 van het Verdrag zijn verbonden wegens de 'immuniteit' van beslagen. Anders dan het hof heeft geoordeeld, is bij de beoordeling van de vordering tot vrijgave van de gestelde garanties geen plaats voor een onderzoek naar de (on)deugdelijkheid van de vordering waarvoor beslag is gelegd. De rechtsklachten van de onderdelen treffen dan ook doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcb92db94a0d731e21be836774dc780f4e0c884e92bdb7bc7ba1a1424aceb65c, en de alinea staat in dat document op bytes 25422 tot 25996.