Citaat | Hoge Raad 12 september 2006
Alinea 54 Hoge Raad 12 september 2006
Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3752.
8.2. Bij de klacht dat het Hof op het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis niet heeft beslist, mist de verdachte redelijk belang. Nu de overige middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, wordt de bestreden uitspraak op de datum van het arrest van de Hoge Raad onherroepelijk en verliest het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis zijn kracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f1dd0cea1a0bcdc027df89ebc815128b5b2136533755ed1e13da85b9feb9867. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f1dd0cea1a0bcdc027df89ebc815128b5b2136533755ed1e13da85b9feb9867, en de alinea staat in dat document op bytes 23392 tot 23893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8f1dd0cea1a0bcdc027df89ebc815128b5b2136533755ed1e13da85b9feb9867 | shasum -a 256