Citaat | Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 57 Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3752.

Hoewel in die situatie geen sprake meer is van een rechter die bevoegd is beslissingen te geven met betrekking tot de voorlopige hechtenis, brengt redelijke wets-toepassing mee dat een verzoek als bedoeld in art. 85 Sv in een dergelijke situatie dient te worden gericht tot en moet worden beoordeeld door de rechter die vóór het onherroepelijk worden van de einduitspraak te dien aanzien bevoegd was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f1dd0cea1a0bcdc027df89ebc815128b5b2136533755ed1e13da85b9feb9867. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f1dd0cea1a0bcdc027df89ebc815128b5b2136533755ed1e13da85b9feb9867, en de alinea staat in dat document op bytes 25623 tot 26038.