Citaat | Hoge Raad 12 september 2006

Alinea 54 Hoge Raad 12 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 12 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX3862.

In de literatuur zijn echter ernstige bezwaren gerezen tegen het gebruik van de geur-identificatieproef. Niet in de laatste plaats door de uitkomsten van deze proef in de Zaanse paskamermoord en de Deventer moordzaak. Deze proef identificeert de dader niet. Er wordt slechts een respons van een hond waargenomen, die als aanwijzing kan worden beschouwd voor het feit dat de verdachte inderdaad de mogelijke dader zou kunnen zijn. Omdat de proef een responsmethode is en het resultaat sterk afhankelijk is van toevalsfactoren, is de proef te beschouwen als een kansproces.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4e7c47b41e60dc7b1e08867545b656965f54e93efad6b9d2a0eca49d5a501ba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4e7c47b41e60dc7b1e08867545b656965f54e93efad6b9d2a0eca49d5a501ba, en de alinea staat in dat document op bytes 17772 tot 18356.