Citaat | Hoge Raad 26 september 2006

Alinea 66 Hoge Raad 26 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5776.

Op 17 november 2003 heb ik in Nijmegen meegedaan met het opzettelijk doden van [het slachtoffer]. [Het slachtoffer] heeft bij mij in de auto plaatsgenomen. Ook [mededader 1] en [mededader 2] zaten in de auto. Wij zijn gaan rijden. Tijdens het plassen onderweg hebben [mededader 2] en ik nog gesproken over het doden van [het slachtoffer]. Onderweg is [mededader 1] begonnen met [het slachtoffer] te wurgen door met zijn armen en handen haar keel dicht te drukken. Ik heb toen mijn hand op haar mond en neus gelegd. Ik heb een touw om [het slachtoffer] heen gedaan en daaraan getrokken. Daarna heeft [mededader 1] aan het touw getrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676, en de alinea staat in dat document op bytes 19883 tot 20532.