Citaat | Hoge Raad 26 september 2006
Alinea 67 Hoge Raad 26 september 2006
Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5776.
De woensdag voor de moord zei [mededader 1] dat hij [het slachtoffer] wilde vermoorden en hoe hij dat het beste kon doen. Op de Waalkade hebben wij toen uitvoerig gesproken over manieren om [het slachtoffer] te doden. Ik heb toen ook suggesties gedaan. Ik heb het touw in de auto gelegd. Ik had ook plastic handschoentjes meegenomen op verzoek van [mededader 1] om geen vingerafdrukken achter te laten. Ik moest claxonneren in een donkere steeg en dan zou [mededader 1] beginnen met [het slachtoffer] te vermoorden. Ik heb niet geclaxonneerd maar de ruitenwissers heen en weer laten gaan. Dat deed ik om een seintje te geven dat hij kon beginnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676, en de alinea staat in dat document op bytes 20552 tot 21211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676 | shasum -a 256