Citaat | Hoge Raad 26 september 2006

Alinea 86 Hoge Raad 26 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5776.

Ik herinner me het gesprek met [mededader 1] niet helemaal precies meer. Er was een afspraak gemaakt over het claxonneren. Ik moest claxonneren in een donkere steeg en dan zou hij beginnen met [het slachtoffer] te vermoorden. Ik heb dacht ik niet geclaxonneerd maar wel de ruitenwissers heen en weer laten gaan. Wij reden toen in een donkere straat. Dat deed ik om hem een seintje te geven dat hij kon beginnen. Toen we het donkere steegje voorbij waren dacht ik dat hij het niet meer zou doen. Eerder bij de bushalte zagen wij een vriendin van [het slachtoffer]. Toen dacht ik al dat het niet meer zou gebeuren. In de auto zag ik hem in de spiegel naar mij kijken. Hij maakte bewegingen met zijn ogen. Ik nam het niet serieus, omdat ik niet overtuigd was dat hij het zou doen. Hij blufte dacht ik. Ik dacht na mijn seintje dat het niet ging gebeuren en toen dacht ik dat we zouden gaan rijden. Daarom heb ik gas gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676, en de alinea staat in dat document op bytes 29254 tot 30188.