Citaat | Hoge Raad 26 september 2006

Alinea 87 Hoge Raad 26 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 26 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5776.

Even later begon hij toch. U vraagt mij naar mijn rol. Hij schreeuwde dat ik hem moest helpen, dat ik de hand op de neus en mond van [het slachtoffer] moest houden. Ik heb dat heel even gedaan. Ik heb nooit verklaard dat ik dat enkele minuten heb gedaan. Ik wilde het met mijn blote handen doen en toen zei [mededader 1] dat ik handschoenen aan moest doen. Die heb ik aangedaan en toen heb ik even mijn hand op haar mond gedaan. Het klopt dat hij schreeuwde dat hij moe was, dat hij niet meer kon en dat ik hem moest helpen. Ik was verstijfd en [mededader 2] ook. Toen kwam het touw erbij. Ik heb het touw gepakt en om haar schouder gegooid. Ik heb eventjes aan het touw getrokken. Daarna heeft [mededader 1] aan het touw getrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 96fc385d505508e91786dc5ec1585d87e41f4cee60aabc31bd81b4c038ee2676, en de alinea staat in dat document op bytes 30226 tot 30971.