Citaat | Hoge Raad 19 september 2006

Alinea 25 Hoge Raad 19 september 2006

Een alinea uit Hoge Raad 19 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX5810.

"Op 27 juni 2004, om 00.05 uur, werd ik in mijn auto in Lisse aangesproken door een politieagent. Ik overhandigde hem desgevraagd mijn rijbewijsmapje waarin een kleurenkopie van mijn rijbewijs zat. Ik was op de hoogte van het feit dat mijn rijbewijs op dat moment ingevorderd was. Ik wist dat ik de politieagent een kopie van mijn rijbewijs gaf. Het origineel van mijn rijbewijs ligt normaal gesproken thuis, maar door de invordering lag het in Roermond. Omdat ik in meerdere auto's rijd en daardoor vaak mijn rijbewijs kwijt ben, heb ik verschillende kleurenkopieën gemaakt en in rijbewijsmapjes in de desbetreffende auto's gelegd om die te kunnen laten zien indien naar mijn rijbewijs wordt gevraagd."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d2d0c2f667fb5736be5e2d836d216c2fdbd8db537b293cc706e6ea836b12543. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d2d0c2f667fb5736be5e2d836d216c2fdbd8db537b293cc706e6ea836b12543, en de alinea staat in dat document op bytes 9628 tot 10345.