Citaat | Hoge Raad 30 juni 2006

Alinea 45 Hoge Raad 30 juni 2006

Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6246.

3.5.2 De beide onderdelen miskennen dat de vraag naar de aansprakelijkheid nog in het geding was, nu het Bureau voor Rechtshulp heeft betwist aansprakelijk te zijn voor de schade die [verweerder] stelt te hebben geleden, omdat het causaal verband zou ontbreken. Het hof heeft in dit verband in rov. 7 geoordeeld dat niet duidelijk is geworden waarin [verweerder] de door hem geleden schade precies gelegen ziet, maar heeft in rov. 8 tevens geoordeeld dat [verweerder] wel de mogelijkheid van enige schade ten gevolge van de wanprestatie voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Met dit oordeel over de aannemelijkheid van de mogelijkheid van schade en het causaal verband en de daarop volgende verwijzing naar de schadestaatprocedure heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Dit oordeel is ook niet onbegrijpelijk. De grondslag voor de aansprakelijkheid van het Bureau voor Rechtshulp staat immers vast, de mogelijkheid van schade is door [verweerder] aannemelijk gemaakt en het hof achtte zich niet in staat het beloop van de schade in zijn arrest te bepalen. Een verplichting om de zaak op dat punt zelf nader te onderzoeken had het hof - anders dan de onderdelen stellen - niet. Daarom is er ook geen strijd met de goede procesorde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8a18b252ce9436f0aa55b88e358fcbf64807089b4c26882f269a45420e8c3d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8a18b252ce9436f0aa55b88e358fcbf64807089b4c26882f269a45420e8c3d7, en de alinea staat in dat document op bytes 15806 tot 17076.