Citaat | Hoge Raad 30 juni 2006
Alinea 47 Hoge Raad 30 juni 2006
Een alinea uit Hoge Raad 30 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6248.
3.4.3 Niets wijst erop dat de wetgever met de invoering van art. 125 lid 2 (oud) Rv. heeft willen breken met deze rechtspraak, waarin het geval van niet-tijdige inschrijving ter rolle op dezelfde wijze wordt beoordeeld als het geval dat is gedagvaard tegen een dag of uur dat de rechter geen zitting houdt, en die toepassing van het bepaalde in het tweede hetzij het derde lid van thans art. 121 Rv. voorschrijft indien het herstelexploot lijdt aan een gebrek dat nietigheid meebrengt. Bij dat uitgangspunt is ook een tijdig uitgebracht en ter griffie ingediend herstelexploot dat aan een nietigheidsgebrek lijdt dat vervolgens is hersteld door middel van een exploot in de zin van art. 121 lid 2 Rv., ook indien dat buiten de termijn van twee weken na de in de dagvaarding vermelde roldatum is geschied, aan te merken als een geldig herstelexploot in de zin van art. 125 Rv. Het middel klaagt dus terecht dat het hof bij zijn bestreden beslissing is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f7c90e35208dd9d0d551bbaadebcb2ea7dc44b07a088b03e72dc7ad7d9b71611. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f7c90e35208dd9d0d551bbaadebcb2ea7dc44b07a088b03e72dc7ad7d9b71611, en de alinea staat in dat document op bytes 14656 tot 15663.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f7c90e35208dd9d0d551bbaadebcb2ea7dc44b07a088b03e72dc7ad7d9b71611 | shasum -a 256