Citaat | Hoge Raad 22 december 2006

Alinea 33 Hoge Raad 22 december 2006

Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6290.

3.6. Ingevolge artikel 2, lid 2, van de Wet wordt de niet in Nederland wonende Nederlander die in dienstbetrekking staat tot een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon, geacht in Nederland te wonen. In zijn arrest van 12 maart 1980, nr. 19180, BNB 1980/170, heeft de Hoge Raad echter beslist dat in een geval als dat van belanghebbende voor inkomsten die het Verdrag aan België toewijst, de woonplaatsbepaling van artikel 2, lid 2, van de Wet moet wijken voor de bepalingen van het Verdrag. Dit heeft als gevolg dat de betrokken belastingplichtige wat betreft die inkomsten door Nederland wordt behandeld volgens het regime dat geldt voor buitenlandse belastingplichtigen. Dat betekent dat inkomsten, negatief of positief, die ingevolge het Verdrag aan België ter belastingheffing zijn toegewezen, niet de belasting beïnvloeden die drukt op inkomsten, positief of negatief, die ingevolge het Verdrag aan Nederland ter belastingheffing zijn toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4aa48010f8ee2e19e8e51695b623b3edc116e744413eda0e8193a3f4cb7e413. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4aa48010f8ee2e19e8e51695b623b3edc116e744413eda0e8193a3f4cb7e413, en de alinea staat in dat document op bytes 11443 tot 12416.