Citaat | Hoge Raad 22 december 2006
Alinea 39 Hoge Raad 22 december 2006
Een alinea uit Hoge Raad 22 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6290.
3.10. In het hiervóór aangehaalde arrest Schumacker heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat wanneer een lidstaat een niet-ingezetene niet in aanmerking brengt voor bepaalde belastingvoordelen die hij aan de ingezetene verleent, zulks in de regel niet discriminerend is, aangezien deze twee categorieën belastingplichtigen zich niet in een vergelijkbare situatie bevinden. Onder deze omstandigheden, aldus het Hof van Justitie, verzet artikel 48 EEG-Verdrag (thans: artikel 39 EG) zich in beginsel niet tegen de toepassing van een regeling van een lidstaat waardoor de inkomsten van de niet-ingezetene die in deze staat in loondienst werkzaam is, zwaarder worden belast dan die van de ingezetene met dezelfde werkzaamheid. Op deze vaststelling heeft het Hof van Justitie een uitzondering gemaakt voor het geval dat de niet-ingezetene geen inkomsten van betekenis geniet in de woonstaat en het grootste deel van zijn belastbare inkomen verwerft door arbeid in een andere lidstaat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4aa48010f8ee2e19e8e51695b623b3edc116e744413eda0e8193a3f4cb7e413. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4aa48010f8ee2e19e8e51695b623b3edc116e744413eda0e8193a3f4cb7e413, en de alinea staat in dat document op bytes 14612 tot 15609.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4aa48010f8ee2e19e8e51695b623b3edc116e744413eda0e8193a3f4cb7e413 | shasum -a 256