Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 36 Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.

Tegen beide vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam, waarbij hij [verweerder] c.s. niet alleen in persoon, maar ook in hun hoedanigheid van erfgenamen van [de moeder] in het geding in hoger beroep betrok. Nadat [eiser] van grieven had gediend hebben [verweerder] c.s. het hoger beroep bestreden en incidenteel hoger beroep ingesteld. Zij vorderden het vonnis van 2 november 1999 te bekrachtigen, het eindvonnis van 4 december 2001 te vernietigen en [eiser] te veroordelen om aan [verweerder] c.s. te betalen een bedrag van € 158.267,11, althans een zodanig bedrag als het hof zal vermenen te behoren, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 1992 tot aan de dag van de algehele voldoening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 9113 tot 9867.