Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006

Alinea 54 Hoge Raad 6 oktober 2006

Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.

3.2 Partijen twisten erover in hoeverre [eiser] uit hoofde van het vervreemdingswinstbeding geld verschuldigd is aan zijn broers en zusters ([verweerder] c.s.), al dan niet mede in hun hoedanigheid van erfgenamen van de moeder van partijen (hierna: [de moeder]), die tijdens de procedure in eerste aanleg, waarin zij als mede-eiseres optrad, op 10 november 2001 is overleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 14147 tot 14536.