Citaat | Hoge Raad 6 oktober 2006
Alinea 56 Hoge Raad 6 oktober 2006
Een alinea uit Hoge Raad 6 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX6733.
4.1 De Hoge Raad zal eerst onderdeel 3, dat van de verste strekking is, behandelen. Dit onderdeel betreft het verweer van [eiser] dat erop neerkomt dat hij op 28 april 1992 niet heeft vervreemd "het hierbij ge- en verkochte of een gedeelte hiervan" in de zin van het vervreemdingswinstbeding, maar grond die hij na 16 juli 1979 door ruilverkaveling heeft verworven, en dat het vervreemdingswinstbeding daarop geen betrekking heeft zodat hij niets hoeft af te rekenen. Het onderdeel bestrijdt 's hofs oordeel dienaangaande in rov. 4.3 van het tussenarrest als onjuist, althans onbegrijpelijk en niet naar de eis der wet met redenen omkleed. Het faalt. Het hof heeft de door [eiser] voorgestane letterlijke uitleg van de in het vervreemdingswinstbeding voorkomende woorden "het hierbij ge- en verkochte" verworpen omdat die uitleg dat beding, dat in de akte werd opgenomen terwijl de ruilverkaveling al in zicht was, zinloos zou maken, en naar 's hofs oordeel niet zonder meer kan worden aangenomen dat partijen het beding als een zinloos beding hebben bedoeld of mogen opvatten. Dit oordeel van het hof is een feitelijk oordeel, dat in cassatie als zodanig niet op juistheid kan worden onderzocht. Het getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2, en de alinea staat in dat document op bytes 14643 tot 15930.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4c38f79c884b70917483eca6a782afdab2de2d67a7dc1ce1a70adb0543f5be2 | shasum -a 256